Toon kaart
Menu
Stories

NDSM, omgekeerde wereld

Vanaf september zijn er wekelijks bijeenkomsten georganiseerd in het kader van Self Made Future: een cultuurvisie voor de werf. Daarnaast zijn er een aantal essayisten aan de slag gegaan die hun toekomstvisie geven voor de werf. Dit essay van schrijver Jan Rutten maakt onderdeel uit van een korte reeks publicaties, zie hier een overzicht. De Stichting NDSM-werf plaveit een route, faciliteert naar een creatieve road-map, uitnodigend, uitdagend naar allen. Wij zullen de visie van de Self Made Future NDSM delen in woord, beeld en activiteiten. Zodat het verhaal voortleeft in het werk, plezier en de creatie van velen.

NDSM, OMGEKEERDE WERELD
2 november 2013
Tekst: Jan Rutten
Beeld: Projectbureau Noordwaarts

Vrijstaat of decor

In de afgelopen tien jaar heeft de NDSM-werf zich ontwikkeld tot een van de belangrijkste culturele hotspots van Amsterdam met ruim 200 kunstenaars, kunstgaleries, een breed palet aan festivals en evenementen op en rond de voormalige scheepshellingen, een stadsstrand en diverse horecagelegenheden. NDSM staat voor authenticiteit, creativiteit, innovatie en rauwheid en oefent daarmee aantrekkingskracht uit op bezoekers, kunstenaars en bedrijven die op zoek zijn naar wat anders dan een netjes aangeharkt bedrijventerrein.

De komst van bedrijven als de Hema of MTV vormt het bewijs en de erkenning van de cultuurhistorische, creatieve én commerciële potentie van het gebied. Het vormt echter tevens de afsluiting van een min of meer anarchistische periode waarin de voormalige Scheepsbouwloods door kunstenaars werd gekraakt en spontaan allerlei initiatieven opbloeiden. Met de Hiswa, de aanleg van Amsterdam Marina, de bouw van restaurant Loetje, twee hotels en de voorgenomen woningbouwplannen op het Westelijk deel, is NDSM een nieuwe fase in haar bestaan ingegaan. Het risico van het succes is dat het gebied zijn authentieke karakter als Vrijstaat verliest en wordt opgeslokt door de traditionele projectontwikkeling en de experience-economie die in het Amsterdamse voortdurend op zoek is naar nieuwe, dynamische plekken en belevenissen.

NDSM wordt daarmee een hotspot voor een ander type bezoekers, bewoners en ondernemers die zich graag vereenzelvigen met het ‘ruige’ imago van de plek en niet vies zijn van een zekere reuring, maar wel binnen de bandbreedte van de formele wettelijke kaders van vergunningen en be- stemmingsplannen. Cultuur is leuk maar het moet niet te gek worden; er moet geld worden verdiend en om 11 uur moet de muziek wel zachter. De voormalige werf en broedplaats dreigen zo te veranderen in een decor dat nostalgische herinneringen oproept aan de dynamiek van weleer maar steeds minder ruimte laat voor activiteiten en initiatieven van onderop die niet passen binnen de leef- en belevingswereld van een nieuw soort gebruikers en bezoekers. En omgekeerd.

Omgekeerd kijken

De vraag is niet of deze ontwikkeling naar een meer formeel-zakelijk gebruik en programmering te vermijden is. De geschiedenis van de stedelijke ontwikkeling in Amsterdam en elders in de wereld 1 laat zien dat de markt zich dit soort gebieden met een uitgesproken eigen identiteit – en ook nog eens een toplocatie aan het water – gretig toeeigent. De lokale overheid heeft zekere mogelijkheden om te sturen maar heeft ook haar eigen politieke en ruimtelijk-economische agenda.
Voortgaande bezuinigingen en de afschaffing van de stadsdelen maken het de komende jaren haast onvermijdelijk dat de gemeente Amsterdam, met een minder betrokken bestuur en ambtelijk apparaat dan het Stadsdeel Noord, NDSM als creatieve, culturele ‘speelplaats’ van weleer grotendeels zal overlaten aan het vrije spel der maatschappelijke krachten. Dit temeer gezien de monopoliepositie van een projectontwikkelaar (Biesterbos) met krachtige, financiële partners (Fortress en Reggeborgh/Volker Stevin) die als de markt weer aantrekt hun posities ongetwijfeld willen verzilveren. Het ontwerp-bestemmingsplan voor het Westelijke deel biedt daarvoor ook voldoende ruimte. Bovendien heeft de gemeente met het Westerpark, Overhoeks/Eye en Museumplein al een paar dure culturele hotspots van topniveau.
De vraag is dus niet of een meer formele ontwikkeling van NDSM, te beginnen met het Westelijk deel, te vermijden is. De vraag is veeleer of er binnen dat nieuwe, formele kader kansen en mogelijkheden zijn die aansluiten bij het huidige karakter en gebruik(ers) van het gebied, maar tevens passen in de ruimtelijk-economische agenda van de gemeente Amsterdam en, voor zover nodig, bij de business case van de projectontwikkelaar(s).
Door de gebruikers en stichting NDSM zelf is de afgelopen tijd binnen het project ‘Selfmade Future’ al een schat aan voorstellen gedaan voor een de programmering op NDSM in de toekomst. Veel inspirerende ideeën, waarbij echter vooral van binnen naar buiten wordt gekeken naar wat past bij het bestaande gebruik van NDSM als ‘Vrijplaats’, ‘Subcultuur’ of ‘Underground’, in de woorden van de deelnemers aan Selfmade Future zelf. Of die ideeën ook politiek, markttechnisch en financieel haalbaar zijn, is onduidelijk. Een omgekeerde benadering is ook mogelijk: welke ontwikkelingen spelen buiten de eigen plek op het schaalniveau van stad en regio en in hoeverre vormt NDSM vanuit zijn geschiedenis en huidige identiteit de uitgelezen locatie om dit soort ontwikkelingen te laten landen. Vandaar de titel van dit essay ‘Omgekeerde wereld’.
De slaagkans hangt af van de mate waarin de beoogde ‘culturele’ programmering van stichting
NDSM voor de komende jaren financieel en politiek haalbaar is en aansluit bij een positionering waar huidige en toekomstige gebruikers, overheid en bedrijfsleven gezamenlijk muziek in zien. Hieronder passeren een paar mogelijkheden de revue.

Haven en stad één wereld

De Amsterdamse haven is de vierde haven in Europa, na Rotterdam, Hamburg en Antwerpen. De haven heeft een sterke positie in de overslag van fossiele brandstoffen (benzine en kolen) en in voedingsstoffen als cacao. Havenbedrijf Amsterdam ontwikkelt momenteel een nieuwe toekomstvisie tot het jaar 2030. De haven heeft daarbij een stevige groeiambitie. Die groei moet echter niet alleen komen uit meer op- en overslag binnen het havengebied zelf maar ook en vooral door nieuwe activiteiten met meer toegevoegde waarde te ontwikkelen voor haven, stad en regio. Met name in de sfeer van energie(transitie), recycling en de maakindustrie liggen interessante kansen. Deze activiteiten sluiten aan op het bestaande profiel en de netwerken van de haven en bij ontwikkelingen op het gebied van sustainability en een actuele trend als ‘reshoring’ waarbij productieactiviteiten terugkeren naar thuislanden.

Kansen liggen er in de sfeer van de biobased en circulaire economie, zoals bij de toepassing en productie van wind- en zonne-energie in het havengebied en het gebruik van restwarmte en biomassa als energiebron, onder meer vanuit de voedselindustrie (Cargill). Ander voorbeeld vormt het hergebruik van ‘afval als grondstof, zoals bij de productie van fosfaat uit urine waarvoor Waternet een nieuwe fabriek in de haven bouwt. Op het NDSM-terrein vormt de komst van het hoofdkantoor van Greenpeace in De Smederij bijvoorbeeld een interessante schakel in de ontwikkeling van ken- nis en maatschappelijke netwerken rond de nieuwe, circulaire economie.

Ook de maakindustrie vormt een kansrijke sector, door cross-overs met andere economische clusters langs het Noordzeekanaal, zoals rond staal (Tata Steel), offshore (Heerema), composieten (Airborne Technologies) of 3D-Printing waar bedrijfjes als Ultimaker en Markerbot in Amsterdam- Noord zelf een internationale koppositie hebben. De logistiek biedt tot slot nieuwe mogelijkheden gezien het toenemende belang van de ICT bij logistieke processen (‘regiefunctie’) evenals de bouw van nieuwe distributiecentra op het haventerrein. Daarbij gaat het vaak om een combinatie van activiteiten, waarbij de traditionele op- en overslag of productiefaciliteiten op het haventerrein worden gesitueerd (Starbucks, G-Star) en het hoofdkantoor met ondersteunende diensten elders in de stad. Het imago van Amsterdam als vrijstaat en creatief centrum vormt daarbij een belangrijke trekker, in combinatie met de hub-functie van Schiphol naar de rest van de wereld.

Technisch-creatieve proeftuin

Realisatie van deze mogelijkheden is echter geen gelopen race maar vraagt om actie op verschillende gebieden. Innovaties (product/proces) komen vaak tot stand door samenwerking tussen bedrijven en experts uit verschillende economische clusters en vakgebieden; hoe die samenwerking en cross-overs te organiseren? Daarbij is een probleem dat de Metropoolregio Amsterdam en zeker de hoofdstad zelf geen echt technisch profiel hebben. De maakindustrie, zoals de oude NDSM-werf zelf, is de afgelopen decennia grotendeels uit de regio verdwenen en er zijn onvoldoende technici in de regio beschikbaar, zowel hoog- als laaggeschoold. Wellicht is de grootste opgave om dit profiel van Amsterdam te verbreden; van centrum voor de creatieve industrie, ICT en zake- lijk-financiële dienstverlening in een moderne technische-creatieve proeftuin, zodat ook technische specialisten binnen en buiten Amsterdam gaan zien als de ‘place to be’.

Op dit vlak liggen interessante kansen voor NDSM, vanuit de verre en recente geschiedenis. Zeker de kleinschalige maakindustrie voelt zich thuis in een omgeving met een industrieel verleden die niet af is en ruimte biedt voor samenwerking met andere bedrijven die ondersteunende expertise kunnen leveren. De creatieve industrie is met de kunstenaars, een bedrijf als MTV en andere mediabedrijven op Kraanspoor ruim aanwezig. In aangrenzende gebieden (Buiksloterham en verderop langs het IJ) is er nog steeds sprake van allerlei maakindustrie: van scheepswerven tot bouw en metaalindustrie. Denk daarbij aan een nabijgelegen, kleinschalig en ambachtelijk bedrijf als Fiction Factory Interieursbouw maar ook aan een specialistische werf als Shipdock, sinds kort onderdeel van een wereldspeler als Damen Shipyards Group en buurman van NDSM.

Stichting NDSM zou op deze ontwikkeling kunnen inspelen door als ’matchmaker’ op en rond het terrein – Oost en West – nieuwe bedrijven in de maakindustrie aan te trekken en NDSM daarmee een breder profiel als technisch-creatieve hotspot te kunnen aanmeten. De organisatie van evene- menten, zoals recent voor de werving van technisch personeel door het ministerie van Defensie, sluit naadloos aan op zo’n benadering.

Dit technisch-creatieve profiel zou een enorme boost krijgen indien NDSM zich kan verbinden met het technisch onderwijs. Er is al een ROC maar de komst van een kennisinstelling op het terrein als Amsterdam Metropolitain Solutions (AMS) met TU-Delft, MIT en Wageningen RU zou kunnen leiden tot een opschaling van het gebied als transferpunt van bedrijven en onderwijs in de maakindustrie en nieuwe circulaire economie. En tot een business case waar zowel gemeente als projectontwikkeling mee uit de voeten zouden moeten kunnen. Maar ook als AMS niet op NDSM maar waarschijnlijker in de buurt op Overhoeks zou landen, liggen er genoeg mogelijkheden voor dwarsverbanden: met AMS zelf, het Shell-laboratorium en ook en vooral met Havenbedrijf Amsterdam die zich zelf als motor van toegevoegde waardecreatie wil ontwikkelen en haar zichtbaarheid naar stad en regio wil vergroten. Haven en stad hebben in het verleden vaak met de rug naar elkaar gestaan, het inzicht groeit dat ze deel uitmaken van één wereld en elkaar nodig hebben.

Schakel tussen Noord en IJ-oever

Een positionering van NDSM als technisch-creatieve proeftuin sluit aan op een andere opgave waar de gemeente Amsterdam voor staat: slechten van de sociale kloof tussen Noordelijke IJ-oever en de rest van het stadsdeel. De ontwikkeling van de Noordelijke IJ-oevers tot nieuwe grootstedelijke stadswijk is door de crisis in langzamer vaarwater terecht gekomen. Overhoeks ligt stil maar zal na de crisis ongetwijfeld weer op gang komen. De uitstraling van Eye, het nieuwe hotel in de Shell- toren, de eventuele komst van AMS en de gentrification van wijken als de Van der Pekbuurt vormen de garantie voor een wervende toekomst op langere termijn.

Het succes van de Noordelijke IJ-oever is echter tevens een probleem. De oprukkende gentrification gaat volslagen voorbij aan een groot deel van de huidige bevolking van Amsterdam-Noord; van autochtone en allochtone afkomst, maar in beide gevallen veelal laaggeschoold en zonder werk. De Noordelijke IJ-oever is een andere wereld waar veel huidige bewoners van Noord zich niet of nauwelijks thuis voelen. Ook nieuwe voorzieningen als het coole, modernistische Noorderpark passen niet echt bij de belevingswereld van Noord. Dit geldt, paradoxaal genoeg, misschien nog meer voor NDSM. NDSM is geen plek voor laaggeschoolde arbeiders en allochtonen, maar een blanke, elitaire enclave die niets te maken heeft met het traditionele Noord. Het clubhuis van de voormalige NDSM-arbeiders op het terrein is hoogstens een nostalgisch relict dat losstaat van alle creatieve, vernieuwende activiteiten elders op het terrein.

Men kan dit als een gegeven aanvaarden; de dynamiek van de stedelijke ontwikkeling valt nergens in de wereld te stoppen, plekken bloeien op en gaan weer ten onder. Los van morele oordelen of maakbaarheidsgeloof valt te constateren dat daardoor kansen worden gemist. Alleen al uit opportunistisch oogpunt zou het zinvol zijn om de toekomst van NDSM meer te verbinden met die van het stadsdeel. NDSM kan op dat vlak een geloofwaardig verhaal vertellen door qua programmering aan te sluiten bij het belang en de belevingswereld van Noord. Daarbij valt niet in de eerste plaats te denken aan een culturele programmering in de huidige zin; kunst en ‘artistieke’ evenementen. Het is uiterst twijfelachtig of dit type activiteiten de bewoners van Noord aanspreekt. De populaire wekelijkse vlooienmarkt in de voormalige Lasloods komt wellicht dichter in de buurt en trekt zelf bezoekers uit binnen- en buitenland, maar is feitelijk toch een fremdkörper in de huidige culturele programmering van het NDSM-gebied. Op zijn hoogst is er een relatie met het gebied als rommelzone of anarchistische Vrijstaat.

Hoge en lage cultuur verbinden

De mogelijke verbinding met Noord zit op twee vlakken: werk en leisure. De voorgestelde positionering als technisch-creatieve proeftuin met een nauwe koppeling aan de maakindustrie sluit naadloos aan op het historische industriële imago van Amsterdam-Noord. Of de komst van nieuwe, vaak hooggeschoolde maakindustrie nog soelaas kan bieden voor de traditionele arbeidersbevolking is twijfelachtig; wie nog niet gepensioneerd is, heeft onvoldoende expertise om daar aan de slag te gaan. Niettemin zal dit type herindustrialisatie bij de bevolking van Noord wel sympathie en zelf trots op de eigen omgeving kunnen genereren, zeker als er in de programmering wordt aangesloten op het collectieve geheugen. De stichting NDSM-herleeft die allerlei activiteiten organiseert over de geschiedenis van het terrein, is daar al een goed voorbeeld van. Met verhalen, gesprekken en evenementen rond haven, scheepbouw en migranten krijgt NDSM een soort cultuurhistorische betekenis à la Ellis Island in New York.

Net als de Westelijke Tuinsteden kent Noord ook een grote allochtone bevolking met veel jongeren en studenten. De Westelijke Tuinsteden hebben zich sinds kort uitgeroepen tot ‘Arrival City’, een plek voor allochtone pioniers met ondernemerszin die iets willen in de wereld. Een soortgelijk ver- haal valt te vertellen voor Noord. De ontwikkeling van een nieuwe maakindustrie op en rond NDSM biedt grote kansen voor deze bevolkingsgroep waar nog veel werkers met gouden handjes rondlopen en studenten op zoek naar een baan. De laatste groep is overigens het lastigst te bereiken. Zeker in allochtone kring bestaat er een lage waardering voor handarbeid, kantoorbanen scoren veel hoger. De uitdaging is daarom om technische beroepen een beter imago te geven en daadwerkelijk nieuwe arbeidsplaatsen te creëren. Dit vraagt – zoals eerder genoemd – om samenwerking van de haven en het bedrijfsleven met onderwijs- en kennisinstellingen. Belangrijk daarbij is enkele ‘leader firms’ uit de regio te interesseren die vanuit een maatschappelijk (MVO) en commercieel de brug kunnen slaan tussen MKB-bedrijven en startups enerzijds en het grote bedrijfsleven en kennisinstellingen anderzijds. Opnieuw een rol voor stichting NDSM om als ‘matchmaker’ dit soort dwarsverbanden te leggen en nieuwe partnerships tot stand te brengen.

Leisure is het andere spoor om NDSM en Noord aan elkaar te verbinden, met name door de pro- grammering van het Westelijk deel. Is Amsterdam Marina wellicht meer een plek voor de bemiddelde yuppen en senioren van Overhoeks en elders, een restaurant als Loetje vormt een plek waar mensen uit alle bevolkingsgroepen zich thuis voelen. NDSM-West vormt een geweldige plek om rond de jachthaven een multiculturele en toeristische hotspot te maken voor alle bevolkingsgroepen. Een beetje zoals de Scheveningse Haven waar restaurants en winkels van allerlei snit te vinden zijn: van biologisch tot mediterraan.

Wellicht is er behoefte aan een concept waarin horeca en aanverwante zaken langzaam verkleuren; van hip en alternatief op het Oostelijke deel naar volks en sjiek op het Westelijke deel. Het IJ zelf vormt tot slot misschien wel de belangrijkste asset om Noord naar NDSM te halen. Hiswa en Sail vormen sowieso een kermis voor iedereen. Daarnaast bieden water en de jachthaven kansen voor een meer volkse programmering van evenementen door het jaar heen; van voorstellingen op het voormalige Veronicaschip die binnenkort op NDSM aanlandt tot vuurwerk, lichtshows, vlootdagen voor Defensie of Bruine Vloot of culinaire evenementen voor ieder wat wils. Wellicht eens denken over een gezamenlijke programmering met Joop van de Ende om een brug te slaan tussen de ‘hoge’ cultuur van de stedelijke elite en de ‘lage’cultuur van het volkse Noord.

Ruimte voor eigen initiatief

Grootste bedreiging en tevens kans voor NDSM vormen wellicht de (woning)bouwplannen op het Westelijk deel. Volgens het ontwerp-bestemmingsplan wordt een groot deel van het Westelijk gebied de komende jaren volgebouwd. Zo voorzien de plannen van Amsterdam Waterfront bv en Mediawharf bv in enkele honderdduizenden m2 (!) woon- en bedrijfsruimte. Behalve dat hiermee een deel van de charme van het terrein – de desolate openheid – verloren gaat, vormt vooral de mentaliteit van de moderne bewoner, jong en oud, een bedreiging voor iedere ‘culturele’ programmering die ook maar iets teveel reuring veroorzaakt. Bootjes, horeca, evenementen; bewoners vinden het even leuk maar niet te lang en niet te laat.

Met lawaai, drukte, parkeeroverlast is de gang naar de politiek, politie en rechter snel gemaakt. Maak je als stichting NDSM daarover geen enkele illusie, dus zorg ervoor dat jouw programmering wordt opgenomen in het bestemmingsplan en er ruimte voor gecreëerd in andere regelgeving. Ook valt te denken aan een aanpak als bij het Eindhovense Strijp-S, een andere culturele hotspot, waar woningcorporatie Trudo kandidaat-huurders uitgebreid informeert, vervolgens op basis van leefstijl selecteert en contractueel wijst op mogelijke ‘overlast’ van bouwactiviteiten en evenementen in de omgeving. Dit om, waar nodig, sterk te staan bij de rechter.

Naast dit soort ‘defensieve’ acties, is er vooral behoefte aan een ‘offensieve’ strategie door in de programmering van de woningbouw en bedrijfsruimten aan te sluiten bij het huidige karakter en gebruik(ers) van het gebied. Qua doelgroep valt dan primair te denken aan studenten, starters, ZZP’ers en andere huishoudens/bedrijven die zich thuisvoelen in een beetje rommelig gebied in wording, in zijn voor coöperatieve activiteiten en graag participeren in de verdere ontwikkeling en programmering. NDSM vraagt om een type gebieds- en projectontwikkeling met veel ruimte voor eigen initiatief. Dus geen traditionele woningblokken, al dan niet in historiserende werfarchitectuur, maar uitsluitend (Collectief) Particulier Opdrachtgeverschap dan wel co-creatie, met maximale ruimte voor een breed palet aan programmatische en architectonische invullingen. De herontwikkeling van de oude havengebieden in Hamburg (HafenCity) met een mix van woningen, horeca, cultuur en bedrijfsruimten vormt op dit vlak een inspirerend voorbeeld.

Ook hier opgelet! (C)PO is momenteel ‘hot’ in Amsterdam omdat traditionele ontwikkelaars en corporaties door de crisis niet risicodragend in grote projecten kunnen of willen stappen. Als de markt weer aantrekt, zal de vraag naar stadaard huur- en koopwoningen c.q. de behoefte aan traditionele top-down gebiedsontwikkeling ongetwijfeld weer snel toenemen. En de gemeente zal de kas eindelijk wel weer eens willen spekken; dus graag niet teveel gedoe, vertraging en onzekerheid. Ook ontwikkelaars zijn niet echt happig op (C)PO omdat niet zij, maar de kopers zelf de ‘lead’ hebben. Hun rol daarbij blijft beperkt tot die van ‘gebiedsregisseur’ (zoals Synchroon in de Houthavens) dan wel risicodragende participant in individuele projecten (co-creatie). Dit is absoluut een rendabele business-case maar snel geld verdienen is er niet bij. Het is daarom van noodzakelijk dat de gemeente publiekrechtelijk (bestemmingsplan) en privaatrechtelijk (gronduitgifte) dit type gebieds- ontwikkeling van onderop formeel vastlegt en ontwikkelaars of corporaties zorgvuldig daarop selecteert.

Het moet schuren

Nog meer dan van de woningbouwprogrammering, hangt de levendigheid van een wijk af van de kwaliteit van de openbare ruimte. Daarbij gaat het niet zozeer om de materialisatie van het open- baar gebied (liefst wat ruig, dus scheepshellingen niet te mooi restaureren), maar ook en vooral om de aard en situering van publieke voorzieningen en de hoeveelheid onbestemde openbare ruimte. Het Plan voor de Openbare Ruimte van de Zuidelijke IJ-oever was eerst en vooral een strategie om door gerichte ingrepen en investeringen, zogenaamde ‘ankers’ (Muziekgebouw, PTA, Silodam), de levendigheid en toegankelijkheid van het openbaar gebied te verzekeren. Dit is ook een les voor NDSM: investeer als stichting, gemeente of ontwikkelaar(s) in een aantal strategische projecten die als motor voor een levendig gebied kunnen functioneren en aansluiten bij de beoogde programmering en positionering van NDSM. Overigens is NDSM op cultureel vlak al ruim bedeeld, de focus zal vooral moeten liggen faciliteiten in de technisch-creatieve hoek (proeftuin).
Wellicht nog belangrijker dan strategische projecten vormt het behoud van open of braakliggende restruimte die mogelijkheden biedt voor allerlei spontane en tijdelijke initiatieven. Wellicht hebben zowel het Oostelijk als Westelijk deel van NDSM nu een teveel aan onbenutte, ongezellige open ruimte, hetgeen overigens deels de kwaliteit is; voor de toekomst zal dit soort lege ruimte, paradoxaal genoeg, gepland moeten worden en in het bestemmingsplan voor het Westelijk deel ook moeten worden vastgelegd. Stichting NDSM moet met de gemeente, net als voor het Oostelijk deel, contractueel afspreken over die oningevulde plekken het beheer te voeren. Die plekken bieden ruimte voor de eigen programmering dan wel voor het uitlokken van initiatieven van onderop, bijvoorbeeld door prijsvragen voor tijdelijke invullingen of activiteiten.

De woningbouw zal in de komende jaren voor een groot deel het aanzien en het gebruik van NDSM bepalen, niet alleen van het Westelijk deel maar door zijn massaliteit en architectuur ook van het Oostelijk deel. Daarbij zal er onvermijdelijk sprake zijn van een toenemende spanning tussen de creatieve, ruige wereld enerzijds en de meer geordende, formele wereld anderzijds. De openbare ruimte vormt de schakel waarmee beide werelden met elkaar worden verbonden en de spanning kan worden opgevoerd dan wel worden afgeleid of hopelijk kan leiden tot synergie. Culturele programmering gaat daarom niet alleen over het plannen en programmeren van functies en activiteiten, maar wellicht ook en vooral over niet-programmeren: d.w.z. om ruimte open te laten voor spontane, tijdelijke initiatieven die nu nog volslagen onbekend zijn.

Omgekeerde wereld, de titel van dit essay, gaat niet alleen over van buiten naar binnen kijken en daar kansen zien en benutten, maar ook over de kunst van het openlaten, van het niet-plannen en vooruit-programmeren, hetgeen we in de maakbare samenleving van de afgelopen decennia niet zijn gewend. Het moet ‘schuren’, een term uit de Fronteer Strategy van stichting NDSM uit 2012, dus niet voorspelbaar en vanzelfsprekend zijn. Maar is dat nu net niet het kenmerk van authenticiteit, creativiteit en innovatie?

Jan Rutten

Bekijk profiel:

Elien van Riet
Innovator & Facilitator

NDSM is dé creatieve hotspot van Amsterdam. Op de voormalige scheepswerf aan de noorderlijke IJ-oever groeit een ‘selfmade city’ met honderden kunstenaars, creatieve bedrijven, duurzame ondernemers, bijzondere woningen, innovatieve cultuur en media, verrassende horeca en vernieuwende events, op het land en op het water. NDSM is het nieuwe brandpunt voor creatieve stedelijke energie. NDSM-Selfmade City